Skip to main content
Skip to main content Hulpmiddelen Woordenlijst

Hulpmiddelen

Belangrijkste gereedschappen

  • Wat wordt er van bedrijven verwacht?
  • Hoe aan de verwachtingen voldoen?
  • Verhaalmechanismen
  • Woordenlijst

Main navigation

Toolbox Logo
  • Toolbox Logo
  • Startpagina
  • Over
  • Woordenlijst
  • Test
  • Zoeken
    • EN
    • |
    • NL
    • |
    • FR
News icon

Hoe aan de verwachtingen voldoen?

News banner
Due Diligence Een veranderend instrumentarium Rapportage over mensenrechten

Rapportage over mensenrechten

Intro Rapportage in de UNGP's en OESO-richtlijnen Naar een verplichte rapportage? Mensenrechten in rapportagestandaarden De rol van zekerheid
Bedrijven kunnen om verschillende redenen ervoor kiezen om te rapporteren over mensenrechten: wettelijke vereisten, verwachtingen van belanghebbenden, risicobeheer, strategische positionering, enz. In de meeste gevallen zijn er meerdere aanleidingen. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op het waarom en hoe van mensenrechtenrapportage.
1

Rapportage in de UNGP's en OESO-richtlijnen

2

Naar een verplichte rapportage?

3

Mensenrechten in rapportagestandaarden

4

De rol van zekerheid

Rapportage in de UNGP's en OESO-richtlijnen

Due diligence-standaarden identificeren communicatie als een integraal onderdeel van due diligence. Onder de UNGP's wordt van bedrijven verwacht dat ze "weten en laten zien" dat ze mensenrechten respecteren - wat betekent dat ze niet alleen risico's moeten identificeren en beheren, maar ook moeten communiceren over hoe ze dit doen. Ook de OESO noemt "communiceren over hoe gevolgen worden aangepakt" als een van de stappen in haar due diligence-kader.

Communicatie gaat verder dan formele rapportage en kan andere vormen van betrokkenheid omvatten. Toch richten we ons in dit hoofdstuk op formele rapportage over mensenrechten: de gestructureerde en openbare bekendmaking van informatie over mensenrechten, meestal via duurzaamheidsverslagen, jaarverslagen of speciale online kanalen. Deze focus op formele rapportage is niet alleen gerechtvaardigd omdat het in toenemende mate een wettelijke vereiste is, maar ook omdat het een centrale rol speelt bij het mogelijk maken van transparantie en het afleggen van verantwoording.

Het UN Guiding Principles Reporting Framework (UNGP RF)

Het UN Guiding Principles Reporting Framework (UNGP RF) (voor het eerst gelanceerd in 2015) was de eerste uitgebreide leidraad voor rapportage over mensenrechten. In tegenstelling tot formele rapportagestandaarden zoals GRI of de ESRS, schrijft het geen specifieke toelichtingen voor. In plaats daarvan stelt het open vragen waarmee bedrijven kunnen uitleggen hoe ze risico's voor mensenrechten identificeren, prioriteren en aanpakken.

In de geest van de UNGP's legt het de nadruk op voortdurende verbetering, zinvolle samenwerking met belanghebbenden en transparantie over de redenering achter due diligence-beslissingen. In plaats van vergelijkbare statistieken te genereren, ligt de nadruk op verhalende rapportage. In die zin is het UNGP RF eerder een aanvulling op dan een vervanging van standaarden zoals het ESRS of GRI, omdat het bedrijven kan helpen diepgang en context toe te voegen aan hun informatieverschaffing.

Naar een verplichte rapportage?

De afgelopen jaren zijn er wetgevingsinitiatieven gekomen die duurzaamheidsrapportage voor grote bedrijven verplicht stellen. De EU heeft het voortouw genomen in deze wetgevende push:

De richtlijn duurzaamheidsrapportering door bedrijven (CSRD) vereist dat grote bedrijven (waaronder financiële instellingen) informatie over materiële duurzaamheidsthema's bekendmaken in overeenstemming met de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRS). Specifiek moeten bedrijven hun (potentiële) duurzaamheidseffecten identificeren en rapporteren, de bijbehorende financiële risico's en kansen en hoe deze effecten, risico's en kansen worden beheerd. De ESRS bevatten ook verplichte informatie over due diligence-processen.

De verordening betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (SFDR) en de taxonomieverordening van de EU leggen rapportageverplichtingen op aan financiëlemarktdeelnemers. Ze vragen met name informatie op over of en/of hoe investeringen in lijn zijn met duurzaamheidsdoelen en minimale sociale waarborgen respecteren, die zijn gedefinieerd in lijn met de OESO-richtlijnen. Daarnaast zijn financiëlemarktdeelnemers in de EU onderworpen aan de openbaarmakingsverplichtingen van Pijler III, die rapportage over ESG-risico's vereisen. Pijler III vereist geen expliciete rapportage over mensenrechten, maar de verplichtingen op het gebied van risicomelding houden in dat banken in het kader van hun prudentiële informatieverschaffing rekening moeten houden met mensenrechtenrisico's en daarover, indien van belang, moeten rapporteren.

Buiten de EU hebben verschillende landen nationale wetgeving aangenomen die een vorm van rapportage over mensenrechten verplicht stelt. Belangrijke voorbeelden zijn onder andere nationale due diligence-wetten in Frankrijk, Duitsland en Noorwegen; moderne slavernijwetgeving in het VK en Australië; en de Fighting Against Forced Labour and Child Labour in Supply Chains Act in Canada.

Naast wettelijk bindende rapportageverplichtingen zijn er ook "quasi-bindende" rapportageverplichtingen die uitgaan van bepaalde belanghebbenden. Een groeiend aantal beurzen besteedt bijvoorbeeld aandacht aan mensenrechten in hun ESG-richtlijnen voor uitgevende instellingen. Hoe vergaand en specifiek deze vereisten zijn, varieert echter, waarbij sommige beurzen zich eerder beperken tot de risico's van moderne slavernij. Een ander voorbeeld is het PRI Reporting Framework. De Principles for Responsible Investment (PRI) is een vrijwillig initiatief voor institutionele beleggers, maar ondertekenaars zijn verplicht om jaarlijks verslag uit te brengen over hun ESG-praktijken, waaronder afstemming op de UNGP's en OESO-richtlijnen.

Aanvullend leesmateriaal:

  • SSE Initiative (2021). Stock Exchange Guidance on Human Rights Disclosure. https://gsfo.org/resource/stock-exchange-guiance-human-rights-disclosure
  • Europese Bankautoriteit (2025). Final Report: Guidelines on the management of environmental, social, and governance (ESG) risks.

Mensenrechten in rapportagestandaarden

Bij het rapporteren over duurzaamheid kunnen bedrijven ervoor kiezen om rapportagestandaarden te volgen. De keuze voor een standaard kan worden beïnvloed door wettelijke vereisten, verwachtingen van belanghebbenden, industrienormen of interne prioriteiten.

Voordat we bespreken of - en hoe - verschillende rapportagestandaarden aandacht besteden aan mensenrechten, moeten we kort ingaan op het begrip materialiteit. Mensenrechten kunnen op twee manieren belangrijk zijn voor bedrijven.

1

Impactmaterialiteit

Wanneer de eigen activiteiten van een bedrijf, of die van zijn zakenpartners, positieve of negatieve gevolgen hebben voor de mensenrechten.

2

Financiële materialiteit

Wanneer mensenrechten financiële risico's of kansen creëren voor het bedrijf, bijvoorbeeld reputatieschade, juridische aansprakelijkheid of verstoringen van de toeleveringsketen.

Rapportagestandaarden kunnen een van beide perspectieven hanteren of het principe van dubbele materialiteit toepassen.

Standaard Materialiteitsperspectief Dekking mensenrechten
GRI Impactmaterialiteit Rapportage over due diligence onder GRI 2. Specifieke thematische standaarden (bijv. GRI 412, 408, 414) afgestemd op UNGP's en OESO-richtlijnen.
ISSB Financiële materialiteit Impliciete dekking via IFRS S1 (algemene vereisten). De sectormetrics van de SASB kunnen indicatoren met betrekking tot mensenrechten bevatten.
ESRS Dubbele materialiteit Rapportage over due diligence onder ESRS 2. Rapportage over beleid en acties om negatieve gevolgen te beperken onder sociale standaarden S1-S4.

Het Global Reporting Initiative (GRI): GRI-standaarden

GRI-standaarden blijven het meest gebruikte kader voor duurzaamheidsrapportage. Ze richten zich op de impactmaterialiteit en vereisen dat bedrijven onderwerpen identificeren en erover rapporteren wanneer ze significante positieve of negatieve effecten kunnen hebben op mensen of het milieu in relatie tot deze onderwerpen.

Het GRI-raamwerk is modulair en bestaat uit universele standaarden, thematische standaarden en sectorale standaarden. Als we specifiek naar mensenrechten kijken, stelt het GRI dat zijn standaarden de enige zijn die volledig in lijn zijn met de UNGP's en de OESO-richtlijnen.

  • GRI 1 (Foundation) stelt mensenrechten vast als een transversale verantwoordelijkheid voor alle duurzaamheidsonderwerpen.
  • GRI 2 (General Disclosures) bevat vereisten voor informatieverschaffing over due diligence-processen.
  • GRI 3 (Material Topics) vereist dat bedrijven uitleggen hoe ze hun belangrijkste invloeden hebben geïdentificeerd, onder andere door samenwerking met belanghebbenden en effectbeoordelingen.
  • Wanneer mensenrechten als belangrijk onderwerp worden aangemerkt, moeten bedrijven gedetailleerder rapporteren aan de hand van relevante thematische standaarden zoals GRI 412 (Human Rights Assessment), GRI 408 (Child Labour), of GRI 414 (Supplier Social Assessment).

De International Sustainability Standards Board (ISSB): IFRS-standaarden

De International Sustainability Standards Board (ISSB), die onder de IFRS Foundation valt, is bezig een nieuwe wereldwijde basis voor duurzaamheidsrapportage vast te stellen, aangezien een groeiend aantal rechtsgebieden zijn standaarden voor verplichte rapportage heeft overgenomen of overweegt dit te doen (zie voor een overzicht de ISSB adoption tracker van Deloitte). De benadering van de ISSB is geworteld in financiële materialiteit, wat betekent dat bedrijven alleen geacht worden te rapporteren over mensenrechten als deze gekoppeld zijn aan financiële risico's of kansen.

Tot nu toe heeft de ISSB twee IFRS-standaarden uitgebracht: IFRS S1 (Algemene vereisten) en IFRS S2 (Klimaatgerelateerde informatie). IFRS S1 identificeert mensenrechten niet expliciet als een rapportagecategorie, maar verwacht wel dat bedrijven alle materiële duurzaamheidsgerelateerde risico's en kansen bekendmaken, samen met de processen die worden gebruikt om ze te identificeren, beoordelen en beheren. Afhankelijk van de sector en de context waarin een bedrijf opereert, kan dit risico's en kansen omvatten die verband houden met mensenrechten.

Om de implementatie te ondersteunen verwijst de ISSB bedrijven ook naar de SASB-sectorstandaarden. Sommige van deze sectorstandaarden bevatten maatstaven voor mensenrechten (bijv. arbeidspraktijken, gevolgen voor de gemeenschap, risico's voor de toeleveringsketen), maar de dekking varieert sterk per sector en ze zijn niet geformuleerd in termen van due diligence op het gebied van mensenrechten.

Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRS)

De Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRS) zijn het verplichte rapportagekader voor bedrijven die onder de CSRD vallen. Ze bestaan uit 12 standaarden: 2 sectoroverschrijdende standaarden (ESRS 1 en 2) en 10 thematische standaarden die verband houden met milieu (klimaat, vervuiling, water, biodiversiteit, circulariteit), sociale onderwerpen (eigen werknemers, werknemers in de waardeketen, gemeenschappen, consumenten) en bestuur.

In tegenstelling tot GRI- en ISSB-standaarden zijn de ESRS'en gebaseerd op het principe van dubbele materialiteit. Ten eerste moeten bedrijven (door middel van een "dubbele materialiteitsbeoordeling") de effecten, risico's en kansen identificeren en beoordelen die verband houden met duurzaamheidsthema's, om hun materiële thema's vast te stellen. Ten tweede moeten bedrijven rapporteren over hoe ze met deze onderwerpen omgaan, in overeenstemming met de thematische ESRS-standaard.

Belangrijke standaarden en bekendmakingen die relevant zijn voor mensenrechten zijn onder andere:

  • ESRS 2 (Algemene informatieverschaffing): Vereist informatieverschaffing over due diligence.
  • De sociale standaarden (ESRS S1-S4) verplichten bedrijven om hun (potentiële) negatieve impact op hun eigen werknemers (S1), werknemers in de waardeketen (S2), getroffen gemeenschappen (S3) en consumenten en eindgebruikers (S4) bekend te maken. Daarnaast moeten bedrijven rapporteren over hun beleid en acties om deze (potentiële) impact te beheersen.

Als onderdeel van de bredere Omnibushervormingen heeft EFRAG - de instantie die belast is met de ontwikkeling van Europese rapporteringsstandaarden - in juli 2025 voorontwerpen van de herziene ESRS'en gepubliceerd. Hoewel deze ontwerpen aanzienlijke vereenvoudigingen bevatten, zouden de kernvereisten voor openbaarmaking met betrekking tot mensenrechten grotendeels intact blijven.

Aanvullend leesmateriaal:

  • Verschillende grote adviesbureaus hanteren "trackers voor duurzaamheidsrapportage" waarin ze de invoering van standaarden voor duurzaamheidsrapportage in verschillende rechtsgebieden volgen. Zie bijvoorbeeld PwC's Sustainability Reporting Tracker.

De rol van zekerheid

Met zekerheid bedoelen we de onafhankelijke evaluatie van gerapporteerde informatie om de betrouwbaarheid, nauwkeurigheid en overeenstemming met vastgestelde standaarden te bevestigen. Zekerheid wordt doorgaans gegeven door een externe partij (meestal een auditor) die een professioneel oordeel biedt. In de meeste rechtsgebieden blijft externe zekerheid van duurzaamheidsinformatie vrijwillig. Bedrijven die onder het toepassingsgebied van de CSRD vallen, moeten echter een externe auditor om zekerheid vragen.

Er zijn twee niveaus van zekerheid:

  • Beperkte zekerheid, waarbij de auditor controleert op rode vlaggen die suggereren dat informatie mogelijk onjuist is weergegeven. Het resultaat is meestal een negatieve stelling: "Er is ons niets ter ore gekomen dat ons doet geloven dat de informatie onjuist is weergegeven".
  • Redelijke zekerheid, waarbij de auditor controleert of de informatie "waarheidsgetrouw" is, door uitgebreidere tests en mogelijk zelfs bezoeken en interviews ter plaatse. Het resultaat is meestal een positieve stelling: "Naar onze mening is de informatie volledig in overeenstemming met...".

Sectie 6

Rapportage

Inhoud voor Sectie 6 wordt hier toegevoegd.

Deze website is eigendom van het Federaal Instituut voor Duurzame Ontwikkeling.

Neem contact op voor meer informatie of feedback over de inhoud: businessandhumanrights@fido.fed.be

Met de steun van de Raad van Europa

Coördinatie: HIVA Onderzoeksinstituut voor Werk en Samenleving

Belgium official logo

Andere officiële informatie en diensten: www.belgium.be

© 2025 Federaal Instituut voor Duurzame Ontwikkeling | Developed by spontan.agency

Privacybeleid

Gebruiksvoorwaarden

Cookiebeleid

We use cookies on this site to enhance your user experience By clicking any link on this page you are giving your consent for us to set cookies.

Feedback