Over welke bedrijven gaat het?
Toepassingsgebied en verplichtingen van het bedrijf
De verantwoordelijkheid van bedrijven om mensenrechten te respecteren geldt voor alle organisaties. Elke organisatie - publiek of privaat - en ongeacht haar omvang, sector, operationele context, eigendom en structuur, moet ervoor zorgen dat haar activiteiten en zakelijke relaties geen schade toebrengen aan mensen of de planeet.
Staatsbedrijven
Van bedrijven die eigendom zijn van of gecontroleerd worden door de staat wordt ook verwacht dat ze de mensenrechten respecteren. Volgens de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP's, Principe 4) moeten deze ondernemingen aan dezelfde standaarden voldoen als particuliere bedrijven. In het bijzonder wordt van hen verwacht dat ze ervoor zorgen dat hun activiteiten en zakelijke relaties geen nadelige gevolgen hebben voor de mensenrechten. Daartoe wordt van hen verwacht dat ze aan due diligence op het gebied van mensenrechten doen om risico's te identificeren, te voorkomen en aan te pakken. Maar omdat deze bedrijven eigendom zijn van of gecontroleerd worden door de staat - die zelf gebonden is aan internationale mensenrechtenverplichtingen - worden ze vaak aan een strenger onderzoek onderworpen. Van staten wordt daarom verwacht dat ze extra stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat hun ondernemingen een leidende rol opnemen in het respecteren van mensenrechten.
Implicaties voor verantwoordelijkheden op het gebied van mensenrechten
In de context van EU-wetgeving over duurzaam ondernemen variëren specifieke drempels ook tussen de verschillende rechtsinstrumenten. Als gevolg hiervan kunnen bedrijven in verschillende grootteklassen vallen, afhankelijk van de wetgeving die wordt toegepast.
Toch is het belangrijk eraan te herinneren dat de verantwoordelijkheid van bedrijven om de mensenrechten te respecteren geldt voor alle bedrijven, groot of klein, ongeacht hun eigendom en structuur. De schaal en complexiteit van het due diligence-proces moeten evenredig zijn: van grotere bedrijven met complexe activiteiten en wereldwijde waardeketens wordt verwacht dat ze meer geformaliseerde en uitgebreide processen hanteren, terwijl kleinere bedrijven normaliter een eenvoudiger aanpak kunnen hanteren die in verhouding staat tot hun omvang, sector, activiteiten en de ernst van de risico's waarbij ze betrokken kunnen zijn.
Wat zijn hun mensenrechtenverplichtingen?
Mensenrechtenverplichtingen van bedrijven
De verantwoordelijkheid van bedrijven om mensenrechten te respecteren is gebaseerd op maatschappelijke verwachtingen. Het stelt bedrijven in staat om hun vergunning om te opereren veilig te stellen en tegelijkertijd te voldoen aan de toenemende eisen van investeerders, consumenten en zakenpartners. Deze verwachting wordt in toenemende mate omgezet in wettelijke vereisten - via wetgeving zoals de richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (CSDDD), sectorspecifieke regelgeving en nationale wetgeving in Frankrijk, Duitsland, Noorwegen en daarbuiten.
Mensenrechten respecteren is ook zakelijk verstandig: het helpt wettelijke aansprakelijkheid, verstoringen van de toeleveringsketen, reputatieschade en mogelijk kostbare conflicten met werknemers, gemeenschappen of andere belanghebbenden te voorkomen. Tegelijkertijd versterkt het de merkwaarde, schept het vertrouwen, stelt het bedrijven in staat om talent aan te trekken en te behouden en beschermt het de toegang tot markten, financiering en contracten. Effectieve due diligence-processen op het gebied van mensenrechten zijn essentieel om op de lange termijn veerkrachtig te zijn, terwijl niet-naleving kan leiden tot boetes, rechtszaken, import/exportverboden, uitsluiting van markten of overheidsopdrachten.
Nuttige bronnen:
Wat betekent dit voor Belgische bedrijven?
Bedrijven die actief zijn in of vanuit België kunnen op verschillende manieren betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen - door ze te veroorzaken, ertoe bij te dragen of ermee verbonden te zijn - en in alle gevallen geldt de verantwoordelijkheid om de mensenrechten te respecteren. Dit betekent dat Belgische bedrijven verder moeten kijken dan hun onmiddellijke activiteiten om de potentiële risico's voor de mensenrechten van hun leveranciers, aannemers en andere partners te identificeren en aan te pakken.
Wat betekent dit voor Belgische bedrijven?
Van Belgische bedrijven wordt verwacht dat ze een duidelijk mensenrechtenbeleid aannemen dat internationaal erkende standaarden weerspiegelt en dat ze dit engagement in de praktijk brengen in al hun activiteiten en waardeketens. Dit omvat het inbedden van het beleid in bestuursstructuren, het in gesprek gaan met belanghebbenden en zakelijke partners en het uitvoeren van due diligence op het gebied van mensenrechten.
Wat betekent dit voor Belgische bedrijven?
Belgische bedrijven moeten ervoor zorgen dat hun verantwoordelijkheid om de mensenrechten te respecteren verder reikt dan de landsgrenzen. Of ze nu in het buitenland opereren, materialen inkopen of met internationale zakenpartners samenwerken, er wordt van hen verwacht dat ze de risico's op het gebied van mensenrechten in hun wereldwijde waardeketens identificeren en beheren.
Wat betekent dit voor Belgische bedrijven?
Belgische bedrijven moeten rekening houden met de manier waarop hun activiteiten en waardeketens een breed scala aan mensen beïnvloeden - waaronder werknemers, consumenten, lokale gemeenschappen en kwetsbare groepen. Om dit effectief te doen, wordt van hen verwacht dat ze op een zinvolle manier samenwerken met de betrokken belanghebbenden, vooral met degenen die een groter risico lopen, zoals vrouwen, kinderen, migrerende werknemers, mensen met een handicap en minderheden. Zinvolle samenwerking met belanghebbenden helpt bedrijven risico's vroegtijdig te identificeren, effectiever te reageren en vertrouwen op te bouwen bij degenen die door hun activiteiten worden beïnvloed.
Internationaal kader
Internationale bindende en niet-bindende mensenrechtenwetgeving, -standaarden en -principes
De wereldwijde standaard voor wat er van bedrijven wordt verwacht op het gebied van mensenrechten berust op twee belangrijke internationale instrumenten: de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP's) en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen over verantwoord ondernemen (OESO-richtlijnen).
Dit zijn "soft law"-instrumenten – ze creëren geen juridisch bindende verplichtingen – maar het zijn internationaal erkende richtlijnen die aanzienlijke steun hebben gekregen doordat regeringen, bedrijven, middenveldorganisaties, Europese instellingen en vele andere actoren over de hele wereld de principes hebben onderschreven en zich ertoe hebben verbonden om ze in de praktijk te brengen.
Belangrijk is dat de UNGP's en de OESO-richtlijnen ook de weg hebben geëffend voor nationaal en EU-beleid dat HREDD-verwachtingen omzet in een wettelijke vereiste (zie de delen over regionale en nationale kaders).
Wat betekent dit voor Belgische bedrijven?
Van Belgische bedrijven wordt verwacht dat ze de UNGP's in acht nemen – in het bijzonder door de bedrijfsverantwoordelijkheid voor het respecteren van de mensenrechten in hun beleid en praktijken te verankeren – om aan de maatschappelijke verwachtingen te voldoen en hun vergunning om als bedrijf actief te zijn te behouden.
Wat betekent dit voor Belgische bedrijven?
Van Belgische bedrijven wordt verwacht dat ze zich schikken naar de OESO-richtlijnen – in het bijzonder door risicogebaseerde due diligence op te nemen in hun activiteiten en in hun waardeketens – zowel als een kwestie van goede praktijk als om te voldoen aan de toenemende verwachtingen van regelgevers, investeerders en het maatschappelijk middenveld.
Regionaal kader
Standaarden en principes in Europa en de grotere Europese ruimte
Van bedrijven die actief zijn in Europa wordt steeds meer verwacht – en in sommige gevallen geëist – dat ze de mensenrechten respecteren, niet alleen in hun eigen activiteiten, maar in hun hele waardeketen. Deze verwachtingen gaan uit van een groeiend aantal wettelijk bindende kaders die zijn ontwikkeld door instellingen zoals de Europese Unie en de Raad van Europa.
Samen vormen deze kaders een regionale juridische omgeving waarin het respecteren van mensenrechten niet langer alleen een goede praktijk is, maar een wettelijke en maatschappelijke verwachting aan het worden is.
Wat betekent dit voor Belgische bedrijven?
Voor Belgische bedrijven betekent dit groeiende corpus van regionale standaarden en wetgeving een verschuiving van vrijwillige verbintenissen naar afdwingbare verplichtingen. Als lid van de EU en de Raad van Europa is België verplicht om deze standaarden om te zetten in nationale wetgeving, wat betekent dat bedrijven die in België actief zijn, zich eraan moeten houden. Dit juridische landschap vereist dat Belgische bedrijven niet alleen op de hoogte blijven, maar ook actief respect voor mensenrechten en het milieu integreren in hun beleid, hun praktijken en in hun waardeketens.
Wat betekent dit voor Belgische bedrijven?
Voor Belgische bedrijven voert de CSDDD een wettelijke verplichting in om HREDD te implementeren. Degenen die binnen het toepassingsgebied van de richtlijn vallen, zullen hun bestuursstructuren, beleid en processen moeten herzien en waar nodig aanpassen om naleving te garanderen. Zelfs van bedrijven die niet rechtstreeks onder de richtlijn vallen – zoals Belgische kmo's – zal steeds meer verwacht worden dat ze informatie verstrekken en verantwoordelijke praktijken aantonen om deel te kunnen blijven uitmaken van de waardeketens van grotere bedrijven. Nu België zich voorbereidt om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving, doen bedrijven die in het land actief zijn er goed aan om nu al aan deze verwachtingen te voldoen om juridische en reputatierisico's te vermijden en hun concurrentiepositie op de EU-markt te behouden.
Wat betekent dit voor Belgische bedrijven?
Verscheidene van deze instrumenten – zoals de Conflictmineralenverordening en de richtlijn duurzaamheidsrapportering door bedrijven – zijn al omgezet in Belgisch recht, wat onmiddellijke nalevingsverplichtingen creëert voor Belgische bedrijven. Andere, zoals de EU-verordening inzake ontbossingsvrije producten en de verordening inzake dwangarbeid, zijn rechtstreeks van toepassing en zullen zonder nationale omzetting worden gehandhaafd. Afhankelijk van hun grootte, sector en rol in de waardeketen kunnen bedrijven te maken krijgen met directe wettelijke verplichtingen of worden verplicht om grotere zakelijke partners te ondersteunen bij het voldoen aan hun verplichtingen. Dit betekent het versterken van interne systemen, het verbeteren van de traceerbaarheid en het voorbereiden van de manier waarop risico's voor mensenrechten en het milieu worden geïdentificeerd en aangepakt.
Nationaal kader, waaronder België
Nationale ontwikkelingen in regelgeving en verplichtingen
Op nationaal niveau heeft een toenemend aantal landen verplichte HREDD-wetten aangenomen.
Wat betekent dit voor Belgische bedrijven?
Het groeiende aantal nationale HREDD-wetten in heel Europa – inclusief in belangrijke handelspartners als Frankrijk, Duitsland en Noorwegen – weerspiegelt de toenemende verwachtingen van bedrijven om risico's voor mensenrechten en het milieu te identificeren, te voorkomen en aan te pakken. Voor Belgische bedrijven met activiteiten, dochterondernemingen of zakenrelaties in deze landen kan het nodig zijn dat ze voldoen aan buitenlandse wettelijke vereisten of hun praktijken aanpassen om toegang te behouden tot markten en belangrijke zakenrelaties.