De eerste vier delen in dit hoofdstuk geven een overzicht van de belangrijkste mensenrechtenrisico's in vier "risicosectoren". De selectie van deze sectoren is gebaseerd op eerdere beoordelingen door de OESO (met haar sectorale due diligence- en toeleveringsketenrichtlijnen) en de EU (in een eerdere versie van de EU-richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid). In het laatste deel van dit hoofdstuk gaan we dieper in op de specifieke uitdagingen en verwachtingen voor bedrijven die activiteiten hebben in of afkomstig zijn uit door conflicten getroffen gebieden en gebieden met een hoog risico (CAHRA's).
- Landbouw
- Grondstoffen
- Textiel
- Bouwsector
- Door conflicten getroffen gebieden en gebieden met een hoog risico
Hoewel dit hoofdstuk een aantal sectoren uitlicht die algemeen worden beschouwd als "risicovol", moet dit niet worden opgevat als een implicatie dat andere sectoren vrij zijn van mensenrechtenkwesties. In de praktijk hebben alle bedrijven - ongeacht hun omvang, sector of geografie - op de een of andere manier te maken met (potentiële) negatieve gevolgen voor mensen. Onze selectieve behandeling van bepaalde sectoren met een hoog risico weerspiegelt slechts een prioritering op basis van de concentratie en ernst van de risico's in die gebieden, niet de afwezigheid van risico's elders.
Internationaal kader
Internationale bindende en niet-bindende mensenrechtenwetgeving, -standaarden en -principes
De wereldwijde standaard voor wat er van bedrijven wordt verwacht op het gebied van mensenrechten berust op twee belangrijke internationale instrumenten: de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP's) en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen over verantwoord ondernemen (OESO-richtlijnen).
Dit zijn "soft law"-instrumenten – ze creëren geen juridisch bindende verplichtingen – maar het zijn internationaal erkende richtlijnen die aanzienlijke steun hebben gekregen doordat regeringen, bedrijven, middenveldorganisaties, Europese instellingen en vele andere actoren over de hele wereld de principes hebben onderschreven en zich ertoe hebben verbonden om ze in de praktijk te brengen.
Belangrijk is dat de UNGP's en de OESO-richtlijnen ook de weg hebben geëffend voor nationaal en EU-beleid dat HREDD-verwachtingen omzet in een wettelijke vereiste (zie de delen over regionale en nationale kaders).
Wat betekent dit voor Belgische bedrijven?
Van Belgische bedrijven wordt verwacht dat ze de UNGP's in acht nemen – in het bijzonder door de bedrijfsverantwoordelijkheid voor het respecteren van de mensenrechten in hun beleid en praktijken te verankeren – om aan de maatschappelijke verwachtingen te voldoen en hun vergunning om als bedrijf actief te zijn te behouden.
Wat betekent dit voor Belgische bedrijven?
Van Belgische bedrijven wordt verwacht dat ze zich schikken naar de OESO-richtlijnen – in het bijzonder door risicogebaseerde due diligence op te nemen in hun activiteiten en in hun waardeketens – zowel als een kwestie van goede praktijk als om te voldoen aan de toenemende verwachtingen van regelgevers, investeerders en het maatschappelijk middenveld.
Regionaal kader
Standaarden en principes in Europa en de grotere Europese ruimte
Van bedrijven die actief zijn in Europa wordt steeds meer verwacht – en in sommige gevallen geëist – dat ze de mensenrechten respecteren, niet alleen in hun eigen activiteiten, maar in hun hele waardeketen. Deze verwachtingen gaan uit van een groeiend aantal wettelijk bindende kaders die zijn ontwikkeld door instellingen zoals de Europese Unie en de Raad van Europa.
Samen vormen deze kaders een regionale juridische omgeving waarin het respecteren van mensenrechten niet langer alleen een goede praktijk is, maar een wettelijke en maatschappelijke verwachting aan het worden is.
Wat betekent dit voor Belgische bedrijven?
Voor Belgische bedrijven betekent dit groeiende corpus van regionale standaarden en wetgeving een verschuiving van vrijwillige verbintenissen naar afdwingbare verplichtingen. Als lid van de EU en de Raad van Europa is België verplicht om deze standaarden om te zetten in nationale wetgeving, wat betekent dat bedrijven die in België actief zijn, zich eraan moeten houden. Dit juridische landschap vereist dat Belgische bedrijven niet alleen op de hoogte blijven, maar ook actief respect voor mensenrechten en het milieu integreren in hun beleid, hun praktijken en in hun waardeketens.
Wat betekent dit voor Belgische bedrijven?
Voor Belgische bedrijven voert de CSDDD een wettelijke verplichting in om HREDD te implementeren. Degenen die binnen het toepassingsgebied van de richtlijn vallen, zullen hun bestuursstructuren, beleid en processen moeten herzien en waar nodig aanpassen om naleving te garanderen. Zelfs van bedrijven die niet rechtstreeks onder de richtlijn vallen – zoals Belgische kmo's – zal steeds meer verwacht worden dat ze informatie verstrekken en verantwoordelijke praktijken aantonen om deel te kunnen blijven uitmaken van de waardeketens van grotere bedrijven. Nu België zich voorbereidt om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving, doen bedrijven die in het land actief zijn er goed aan om nu al aan deze verwachtingen te voldoen om juridische en reputatierisico's te vermijden en hun concurrentiepositie op de EU-markt te behouden.
Wat betekent dit voor Belgische bedrijven?
Verscheidene van deze instrumenten – zoals de Conflictmineralenverordening en de richtlijn duurzaamheidsrapportering door bedrijven – zijn al omgezet in Belgisch recht, wat onmiddellijke nalevingsverplichtingen creëert voor Belgische bedrijven. Andere, zoals de EU-verordening inzake ontbossingsvrije producten en de verordening inzake dwangarbeid, zijn rechtstreeks van toepassing en zullen zonder nationale omzetting worden gehandhaafd. Afhankelijk van hun grootte, sector en rol in de waardeketen kunnen bedrijven te maken krijgen met directe wettelijke verplichtingen of worden verplicht om grotere zakelijke partners te ondersteunen bij het voldoen aan hun verplichtingen. Dit betekent het versterken van interne systemen, het verbeteren van de traceerbaarheid en het voorbereiden van de manier waarop risico's voor mensenrechten en het milieu worden geïdentificeerd en aangepakt.
Nationaal kader, waaronder België
Nationale ontwikkelingen in regelgeving en verplichtingen
Op nationaal niveau heeft een toenemend aantal landen verplichte HREDD-wetten aangenomen.
Wat betekent dit voor Belgische bedrijven?
Het groeiende aantal nationale HREDD-wetten in heel Europa – inclusief in belangrijke handelspartners als Frankrijk, Duitsland en Noorwegen – weerspiegelt de toenemende verwachtingen van bedrijven om risico's voor mensenrechten en het milieu te identificeren, te voorkomen en aan te pakken. Voor Belgische bedrijven met activiteiten, dochterondernemingen of zakenrelaties in deze landen kan het nodig zijn dat ze voldoen aan buitenlandse wettelijke vereisten of hun praktijken aanpassen om toegang te behouden tot markten en belangrijke zakenrelaties.
Landbouw
Sectoren en gebieden met een hoog risico
Landbouw is wereldwijd een van de grootste bronnen van werkgelegenheid en speelt een vitale rol in de voedselzekerheid en het levensonderhoud op het platteland. Tegelijkertijd wordt de landbouw door internationale organisaties consequent aangemerkt als een sector met verhoogde risico's voor de mensenrechten.
Grondstoffen
Sectoren en gebieden met een hoog risico
De grondstoffensector staat centraal in de wereldeconomie en levert basisproducten voor energie en productie. Toch wordt ze ook erkend als een sector met aanzienlijke risico's voor de mensenrechten. Zowel ambachtelijke als grootschalige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor werknemers en omliggende gemeenschappen.
Textiel
Sectoren en gebieden met een hoog risico
De textiel- en kledingsector is een hoeksteen van de wereldwijde handel en werkgelegenheid en omvat vezelproductie, stoffenverwerking, kledingproductie en detailhandel. Tegelijkertijd wordt de sector algemeen erkend als een met verhoogde risico's voor de mensenrechten.
Bouw
Sectoren en gebieden met een hoog risico
De bouwsector is een belangrijke aanjager van economische ontwikkeling en stedelijke groei en biedt werk aan miljoenen werknemers wereldwijd. Tegelijkertijd wordt de sector algemeen erkend als een met hoge risico's voor de mensenrechten.
Door conflicten getroffen gebieden en gebieden met een hoog risico (CAHRA's)
Sectoren en gebieden met een hoog risico
Werken in of goederen aankopen uit door conflicten getroffen gebieden en gebieden met een hoog risico (CAHRA's) brengt specifieke verantwoordelijkheden en uitdagingen met zich mee voor bedrijven. De risico's op ernstige mensenrechtenschendingen zijn in dergelijke contexten aanzienlijk groter: